Zadel passen


Zadel passend maken

 
Als het zadel te breed is, is het vrij duidelijk te zien dat er twee grote problemen voor het paard zijn en een flink probleem voor de ruiter. Om te beginnen zal de onderkant van de boom de schoft van het paard raken en hierdoor kan er teveel druk komen op de basis van de boom aan weerszijden van de hals.
 
Dit is natuurlijk afhankelijk van de bouw van het paard, sommige volbloeds zijn erg smal in het trapeziumgebied maar een oudere Welsh Cob bijvoorbeeld, wordt snel breder aan de het begin van de schoft. In elk geval ligt het zadel te laag aan de voorkant, wat het gewicht van de ruiter naar voren brengt en ervoor zorgt dat de druk op de voorkant van het zadel drastisch wordt verhoogd en waardoor de ruiter vanaf het zitvlak op de boom schuift.

 

Stap 1: Als het zadel onbelast is, dat wil zeggen zonder ruiter en niet aangesingeld, moet men zonder al teveel druk zijn hand gelijkmatig en makkelijk over de lengte van de boom van hals tot punt kunnen laten glijden.
 
Indien de druk ongelijk is of een paar “hot spots” heeft duidt dit er waarschijnlijk op dat de boom zelf te breed of te smal is. Denk eraan dit is een onbelaste test.
 
Het is beslist onjuist om, zoals veel ruiters doen, te trachten een hand te laten glijden tussen het trapeziumgebied van het paard en de voorzijde van het zadel als het paard is aangesingeld en onder de man, en dan te beweren dat het te strak zit. Waar wij naar op zoek zijn is een oneven hoek en dit kan alleen goed worden waargenomen bij een onbelast zadel.
 

Stap 2: Het volgende punt is om ervoor te zorgen dat de boom van het zadel breed genoeg is om niet tegen weerskant van de ruggengraat te stoten. Dit is in het bijzonder van belang bij paarden met een hoge schoft, b.v. oudere volbloeds. Hier is het ontwerp van het zadel en het passen ervan dan ook zeer specifiek, want terwijl “breed genoeg” heel belangrijk is, veroorzaakt “te breed” nieuwe problemen. In het uiterste geval van een nieuwe boom zullen de takken van de boom strak tegen de wervels drukken en groot ongemak en blessures veroorzaken. Echter, bij een boom die veel te breed is moeten de kanten van het kussen zeker kleiner gemaakt worden. Dat wil zeggen er is een veel kleiner gebied om het
gewicht van de ruiter te dragen en hoe zwaarder de belasting per cm2 hoe groter de kans op blessures.
 
 
Derhalve moet er een middenweg gezocht worden: een boom die zo breed is dat de wervels er niet rechtstreeks mee in aanraking komen, maar niet zo breed dat het draagvlak aanzienlijker kleiner wordt. Hier komt nog bij dat de boom niet alleen aan de voorkant, maar over de hele lengte breed genoeg moet zijn. Dit is met name belangrijk voor die paarden die in het hele zadelgebied een duidelijke aanwezige ruggengraat hebben.
 
 
Stap 3: Dit is de test die iedereen “kent” en die bijna iedereen verkeerd begrijpt, hoeveel vingers moeten er tussen de bovenkant van de schoft en de onderkant van de zadelboom passen? Sommige ruiters zullen zeggen minimaal 3 vingers. Dit is grote onzin! Het antwoord is dat er onder alle omstandigheden bij belasting voldoende ruimte moet zijn. Dit zou ook drie vingers kunnen zijn. Bij nauw aansluitende zadels zou het maar anderhalve vinger kunnen zijn. Kortom, het is duidelijk(waarschijnlijk) dat er bij een zadel met een diepe zit meer ruimte is dan bij een vlakke zit. Over welke vingers praten we trouwens, over die van een volwassen man met dikke vingers of die van een klein meisje met dunne vingertjes?


Bijvoorbeeld: In staat zijn drie vingers onder de boom van een nauwsluitend zadel te leggen zou betekenen dat dit niet past! Nogmaals: voldoende ruimte onder alle omstandigheden is het vereiste. De eerste test wordt bovendien uitgevoerd zonder het gewicht van de ruiter, maar weer herhaald nadat de ruiter enige minuten op het zadel heeft gereden, daar bij sommige zadels de vulling snel samendrukt en sommige synthetische bomen zo zijn gemaakt(ontworpen) dat ze na slechts een paar minuten wijder(breder) worden.
 
Deze ruimtetest kan dus eigenlijk het beste aan het einde van de testperiode onder belasting, worden uitgevoerd en kan er, soms toe leiden dat een geschikt geacht zadel van de testlijst wordt geschrapt.


Stap 4: Het is essentieel dat het zadel in evenwicht(balans) ligt. In het algemeen betekent dit dat de ruiter iets hoger dan de zadelknop zit. “in evenwicht(balans) wil zeggen dat de ruiter in het midden van het zadel kan
zitten en het gewicht gelijk over de lengte van de kussens wordt verdeeld. Deze speciale test vereist een zeer ervaren oog, daar bij sommige zadels met een zeer diepe zit de achterboom veel hoger moet zijn dan de zadelknop om in een goed evenwicht (juiste balans) te zijn. Dit is het duidelijkste te zien bij een dressuurzadel, daar veel hedendaagse springzadels een middel tot vlakke zit hebben.


Stap 5: Het kussen moet overal even goed passen. Als het kussen goed past wordt de hele oppervlakte benut, hoe groot het oppervlak dat met het paard in aanraking komt, hoe minder gewicht van de ruiter per 2,5 cm2 naar de rug van het paard wordt doorgegeven. Dit mag op geen enkel punt meer zijn dan 1,5 pond per 2,5 cm2. Het type kussen is hier beslissend. Bijvoorbeeld een goed gevuld kussen zal zich snel naar de contouren van het paard vormen en daardoor het dragend oppervlak vergroten , terwijl een nauw aansluitend zadel met een voorgevormd kussen veel nauwkeuriger moet passen, omdat in sommige gevallen de vulling hard is en niet meegeeft. Het is daarom zeer belangrijk dat nauw aansluitende zadels als gegoten zitten, men moet er niet van uitgaan dat de vorm met werk en conditie verandert.

Stap 6: Het kussen mag niet voorbij de 18e rib van het paard uitsteken. Deze steekt echter niet verticaal uit en daarom moet men direct onder de achterzijde van het kussen meten. Dit gebied geeft vaak problemen, in het bijzonder als het paard een korte of weke rug heeft en de ruiter technisch te groot is voor het paard.
Als een ruiter te groot of te zwaar voor een bepaald paard is zou men in de verleiding kunnen komen iets te lang aan te passen in de hoop de druk van het kussen te verminderen. Als dit echter niet uiterst zorgvuldig gedaan wordt, is de kneuzing van het lendenengebied bijna zeker het gevolg. Hopelijk heeft de zadelspecialist na het uitvoeren van deze testen een lijstje van zadels die aan de voorwaarden van deze zeven stappen voldoen. De volgende stap is het overgaan op het dynamisch deel van het zadelpassen.


Als het paard vierkant staat, gaat John
er pal achter staan en kijkt of de schouders gelijk zijn. ongelijke schouders kunnen een teken zijn van spier afname of ongelijke spierontwikkeling
Dan kijkt hij naar het paard als dit bij hem vandaan  loopt om de beweging van de achterhand te checken en te zien of de lendenen gelijk zijn.
Bel mij terug
Naam:

Email:

Telefoonnummer: